Over condooms wordt vaak gesproken alsof ze vooral thuishoren in de eerste lessen seksuele opvoeding. Jongeren leren dat een condoom helpt om een zwangerschap te voorkomen en beschermt tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Daarna lijkt het onderwerp voor veel volwassenen stilaan naar de achtergrond te verdwijnen.
Alsof condooms vooral iets zijn voor jongeren, nieuwe relaties of losse contacten.
Maar in de praktijk merk ik vaak hoe groot het taboe ook bij volwassenen nog is. Mannen en vrouwen vinden het soms moeilijk om condoomgebruik ter sprake te brengen. Een condoom voorstellen kan ervaren worden als een teken van wantrouwen, als een impliciete beschuldiging of als iets dat de spontaniteit van seks wegneemt.
Nochtans kan condoomgebruik ook gewoon een vorm van zorg zijn. Zorg voor jezelf, voor je lichaam en voor de persoon met wie je seks hebt.
Een condoom gaat over veel meer dan zwangerschap
Een veel voorkomende gedachte is dat een condoom niet meer nodig is zodra zwangerschap geen risico meer vormt of wanneer er een andere vorm van anticonceptie gebruikt wordt.
Iemand gebruikt de pil, een spiraal of andere anticonceptie en daardoor lijkt het condoom overbodig.
Maar anticonceptie en bescherming tegen seksueel overdraagbare infecties zijn twee verschillende zaken.
Condooms verkleinen bij correct en consequent gebruik het risico op de meeste soa’s, waaronder hiv, chlamydia en gonorroe. Ze bieden geen volledige bescherming tegen elke infectie, omdat sommige aandoeningen ook via huidcontact kunnen worden overgedragen, maar ze blijven een belangrijk preventiemiddel.
Dat betekent dat de vraag niet alleen hoeft te zijn:
“Kan ik zwanger worden?”
De vraag mag ook zijn:
“Hoe zorg ik goed voor mijn seksuele gezondheid en die van mijn partner?”
Waarom voelt een condoom soms als een beschuldiging?
Dit vind ik misschien een van de interessantste stukken.
Stel dat iemand binnen een relatie zegt:
“Ik zou graag een condoom gebruiken.”
Dan kan de andere persoon dat onmiddellijk persoonlijk nemen.
“Vertrouw je mij niet?”
“Denk je dat ik iets heb?”
“Waar komt dat plots vandaan?”
“Heb jij misschien iets gedaan?”
En zo wordt een praktische vraag over seksuele gezondheid plots een relationeel gesprek over vertrouwen.
Dat maakt het moeilijker om het onderwerp überhaupt nog ter sprake te brengen.
Maar een condoom gebruiken hoeft niet te betekenen dat je iemand verdenkt.
Het kan ook betekenen:
“Ik wil zorgvuldig omgaan met onze lichamen.”
“Ik wil eerst duidelijkheid.”
“Ik wil wachten op testresultaten.”
“Ik voel mij hier veiliger bij.”
Dat is een heel andere boodschap.
Ook binnen een vaste relatie kan de situatie veranderen
Relaties zijn niet altijd statisch.
Er kan bedrog geweest zijn.
Er kan een periode van afstand geweest zijn.
Partners kunnen een open relatie hebben.
Er kan afgesproken zijn dat seks met anderen mogelijk is.
Er kan twijfel bestaan over wat er precies gebeurd is.
Of iemand kan na jaren opnieuw daten na een scheiding.
Op zulke momenten is condoomgebruik geen belediging van de relatie.
Het kan juist een volwassen manier zijn om verantwoordelijkheid te nemen.
Wanneer er andere seksuele contacten zijn of zijn geweest, is het verstandig om afspraken te maken over bescherming, testen en wat partners met elkaar delen.
Niet vanuit controle.
Wel vanuit wederzijdse zorg.
Open relaties vragen niet minder communicatie, maar meer
Bij een open relatie denken mensen soms vooral aan vrijheid.
Maar vrijheid zonder duidelijke communicatie kan voor veel onzekerheid zorgen.
Wie heeft seks met wie?
Welke seksuele handelingen gebeuren met condoom?
Wanneer wordt er getest?
Wat gebeurt er wanneer een condoom scheurt?
Wat spreken we af bij een nieuwe partner?
Hoe informeren we elkaar wanneer er iets verandert?
Dat zijn geen onromantische vragen.
Ze maken deel uit van seksuele verantwoordelijkheid.
Een open relatie betekent niet dat risico’s verdwijnen. Integendeel, wanneer er meerdere seksuele contacten zijn, wordt het nog belangrijker om duidelijke afspraken te maken over bescherming en testen.
Een condoom kan binnen zo’n relatie dus geen teken van afstand zijn, maar net een teken van respect voor alle betrokkenen.
En na bedrog?
Daar ligt vaak extra gevoeligheid.
Wanneer iemand seks heeft gehad buiten de relatie, gaat de eerste aandacht begrijpelijk vaak naar het emotionele stuk.
Waarom gebeurde het?
Hoe lang speelde het?
Met wie?
Wat betekent dit voor onze relatie?
Is er nog vertrouwen?
Maar daarnaast is er ook een lichamelijke realiteit.
Is er bescherming gebruikt?
Was dat bij elk seksueel contact zo?
Is er getest op soa’s?
Kan seks binnen de relatie momenteel veilig hervat worden?
Dat gesprek kan ongemakkelijk zijn, maar het hoort erbij.
Een partner heeft recht op correcte informatie om zelf keuzes te kunnen maken over zijn of haar lichaam.
In zo’n situatie kan tijdelijk opnieuw condoomgebruik afspreken heel logisch zijn, bijvoorbeeld tot beide partners zich hebben laten testen en er duidelijkheid is.
Seksuele gezondheid gaat ook over klachten die mensen soms verzwijgen
Niet elke klacht na seks is automatisch een soa.
Dat is belangrijk om duidelijk te zeggen.
Een blaasontsteking kan bijvoorbeeld samenhangen met seksuele activiteit zonder dat er sprake is van een soa. Ook vaginale schimmelinfecties zijn niet hetzelfde als seksueel overdraagbare aandoeningen en kunnen verschillende oorzaken hebben.
Maar klachten zoals pijn bij het plassen, ongewoon vaginaal of penisvocht, wondjes, blaasjes, jeuk, pijn bij seks of bloedverlies kunnen wel redenen zijn om medisch advies te vragen.
En veel soa’s geven zelfs helemaal geen klachten.
Dat maakt testen zo belangrijk wanneer er een reëel risico geweest is.
WHO schat dat wereldwijd dagelijks meer dan een miljoen behandelbare seksueel overdraagbare infecties worden opgelopen, en het merendeel daarvan verloopt zonder symptomen.
Je kunt je dus perfect gezond voelen en toch een infectie hebben.
“Maar we kennen elkaar toch?”
Ook dat hoor je vaak.
“We kennen elkaar al maanden.”
“Hij ziet er toch gezond uit?”
“Zij zou het toch zeggen als er iets was?”
Maar soa’s kun je niet zien.
En iemand kan ook zelf niet weten dat hij of zij een infectie heeft.
Vertrouwen is belangrijk in een relatie.
Maar vertrouwen is geen medische test.
Dat klinkt misschien streng, maar het hoeft helemaal niet kil te zijn.
Je kunt iemand vertrouwen en toch samen besluiten om bescherming te gebruiken totdat jullie allebei getest zijn.
Die twee dingen sluiten elkaar niet uit.
Het taboe bij mannen én vrouwen
Condoomgebruik wordt soms voorgesteld als iets waarvoor vooral de man verantwoordelijk is.
Hij moet een condoom bij hebben.
Hij moet het aandoen.
Hij beslist of het gebruikt wordt.
Maar seksuele gezondheid is een gedeelde verantwoordelijkheid.
Ook vrouwen mogen condooms bij zich hebben.
Ook vrouwen mogen zeggen:
“Ik wil seks, maar alleen met condoom.”
Dat maakt iemand niet wantrouwig, moeilijk of preuts.
En een man die uit zichzelf een condoom voorstelt, hoeft evenmin behandeld te worden alsof hij daarmee iets verdachts suggereert.
Misschien moeten we condooms net normaler maken.
Niet iets wat pas ter sprake komt wanneer er “een probleem” is, maar iets waar mensen rustig over kunnen praten voordat ze seks hebben.
“Met condoom voelt het minder goed”
Dat argument bestaat natuurlijk ook.
Voor sommige mensen verandert een condoom inderdaad het gevoel.
Dat mogen we erkennen.
Maar dat betekent niet dat het gesprek daar moet stoppen.
Er bestaan verschillende maten, materialen en diktes. Een goed passend condoom kan een groot verschil maken. Ook voldoende glijmiddel kan comfort verhogen en verkleint bovendien de kans dat een condoom scheurt of afglijdt. Bij latexcondooms wordt doorgaans een glijmiddel op water- of siliconenbasis aangeraden, omdat olieachtige producten het materiaal kunnen beschadigen.
Seksuele gezondheid hoeft dus niet tegenover seksueel plezier te staan.
Het doel is juist om beide te combineren.
Praat vóór het moment zelf
Veel gesprekken over condooms gebeuren pas wanneer twee mensen al half uitgekleed in bed liggen.
Dat is niet altijd het gemakkelijkste moment om grenzen, soa’s en seksuele geschiedenis te bespreken.
Het kan veel comfortabeler zijn om dat eerder te doen.
Wanneer ben jij voor het laatst getest?
Gebruik je normaal condooms?
Zijn er andere seksuele contacten?
Welke afspraken vind jij belangrijk?
Wat doen we als een condoom scheurt?
Wanneer voelt seks voor jou veilig?
Dat zijn volwassen seksuele gesprekken.
En hoe normaler we die maken, hoe minder zwaar ze worden.
Een condoom voorstellen is geen afwijzing
Misschien moeten we daar vooral vanaf.
“Met condoom” betekent niet:
“Ik vertrouw jou niet.”
Het kan betekenen:
“Ik neem mijn gezondheid ernstig.”
“Ik respecteer jouw gezondheid.”
“Ik wil kunnen genieten zonder achteraf ongerust te zijn.”
“Ik weet nog niet voldoende om het risico te kunnen inschatten.”
Of gewoon:
“Dit is wat ik nodig heb om mij veilig te voelen.”
Een partner hoeft die behoefte niet persoonlijk te maken.
Seksueel contact gaat altijd over twee of meer mensen die allemaal recht hebben op hun eigen grenzen.
En als iemand geen condoom wil?
Dan mag de andere persoon nog altijd beslissen om geen seks te hebben.
Seksuele toestemming gaat namelijk niet alleen over de vraag of iemand seks wil.
Je kunt ook voorwaarden hebben waaronder je seks wilt.
“Ik wil graag seks, maar met condoom” is een geldige grens.
Wanneer de andere persoon geen condoom wil gebruiken, betekent dat niet dat jij jouw grens moet aanpassen.
Dan is er op dat moment geen overeenstemming over de voorwaarden waaronder jullie seks willen hebben.
En dat mag.
Zorgen voor jezelf is ook zorgen voor je partner
Misschien moeten we condoomgebruik minder bekijken als een technische onderbreking van seks en meer als een vorm van zorg.
Zoals je ook eerlijk praat over anticonceptie.
Zoals je vertelt wanneer iets pijn doet.
Zoals je bespreekt wat je wel en niet fijn vindt.
Zoals je een soa-test laat uitvoeren wanneer daar aanleiding toe is.
Een condoom kan daar gewoon onderdeel van zijn.
Niet uit angst.
Niet uit wantrouwen.
Niet omdat seks gevaarlijk zou zijn.
Maar omdat volwassen seksualiteit niet alleen over verlangen gaat.
Ze gaat ook over verantwoordelijkheid.
We leren jongeren erover. Nu volwassenen nog.
We vinden het belangrijk dat jongeren seksuele opvoeding krijgen. Ze leren over anticonceptie, condooms, toestemming en soa’s. Goede, wetenschappelijk onderbouwde seksuele opvoeding ondersteunt bovendien beschermend gedrag en kan condoomgebruik verhogen.
Maar daarna moeten we die gesprekken wel blijven voeren.
Want je seksuele gezondheid stopt niet wanneer je achttien wordt.
Ze stopt niet wanneer je trouwt.
Ze stopt niet wanneer je geen kinderwens meer hebt.
Ze stopt niet wanneer je een spiraal hebt.
En ze wordt zeker niet minder belangrijk wanneer er nieuwe seksuele contacten, een open relatie of bedrog in het verhaal komen.
Misschien moeten we daarom het condoom uit de sfeer van schaamte halen.
Geen bewijs van wantrouwen.
Geen teken dat iemand “losbandig” is.
Geen ding dat alleen jongeren nodig hebben.
Maar gewoon één van de middelen waarmee je verantwoordelijkheid kunt nemen voor je eigen lichaam en dat van de ander.
Want goed zorgen voor iemand begint soms met iets heel eenvoudigs:
“Zullen we een condoom gebruiken?”
RE-KLIK – Maak de eerste klik.
Reactie plaatsen
Reacties