Niet alle verslaving zit in een fles

Niet alles wat verslavend is, zit in een glas

Over controle, perfectionisme en andere stille vormen van verdoving

Wanneer mensen het woord verslaving horen, denken ze meestal aan alcohol, drugs of medicatie. Aan iets zichtbaar. Iets waarvan anderen kunnen zeggen: dat is te veel.
Maar verslaving is niet altijd zichtbaar. Soms draagt ze een nette jas, een volle agenda en een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Sommige mensen verdoven zich niet met middelen, maar met controle, prestaties of zorg voor anderen. Dat ziet er maatschappelijk aanvaard uit, soms zelfs bewonderenswaardig. Toch kan ook dit gedrag een manier zijn om niet te hoeven voelen wat vanbinnen speelt.

Verslaving gaat niet over het gedrag, maar over de functie

In begeleiding hoor ik vaak: “Maar ik heb toch geen verslaving?”
En tegelijk vertelt iemand dat hij of zij niet meer kan stoppen met doorgaan, moeilijk rust verdraagt of zich schuldig voelt wanneer er even niets te doen is.

Het gaat dan niet over wat iemand doet, maar over waarom.
Over het moment waarop bezig zijn rustiger voelt dan stilvallen.
Over controle die veiliger voelt dan onzekerheid.
Over zorgen voor anderen dat tijdelijk afleidt van eigen pijn.

Dat zijn geen slechte eigenschappen. Integendeel. Ze zijn ooit ontstaan omdat ze geholpen hebben.

Functioneren als overlevingsstrategie

Veel mensen die worstelen met deze vorm van verslaving functioneren ogenschijnlijk goed. Ze zijn betrouwbaar, zorgzaam, efficiënt. Ze vangen veel op, regelen veel en laten weinig liggen.

Een herkenbaar voorbeeld: iemand die altijd klaarstaat voor collega’s, extra taken opneemt en zelden nee zegt. Aan de buitenkant lijkt alles onder controle. Vanbinnen groeit echter de spanning. Rustmomenten voelen leeg of ongemakkelijk, en zodra het weekend begint, komt er onrust.

Of iemand die zich volledig vastbijt in structuur en planning. Elke afwijking zorgt voor stress. Niet omdat flexibiliteit ontbreekt, maar omdat controle een manier is geworden om angst of onzekerheid te dempen.

Het brein leert in deze situaties: zolang ik bezig blijf of controle houd, hoef ik minder te voelen.
Neurologisch gezien activeert dit hetzelfde beloningssysteem als andere vormen van verslaving. Waardering, bevestiging en succes geven een tijdelijke dopamineshot. Dat voelt goed, en dus wil het brein dit herhalen.

Wanneer het lichaam begint te spreken

Omdat deze vorm van verslaving vaak lang maatschappelijk aanvaard blijft, worden signalen gemakkelijk genegeerd. Tot het lichaam of de psyche aangeeft dat het niet meer gaat.

Dat kan zich uiten in aanhoudende vermoeidheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen of emotionele afvlakking. Sommige mensen merken dat hun zin in intimiteit of seks verdwijnt, terwijl ze tegelijk verlangen naar nabijheid. Anderen voelen zich leeg of opgejaagd zonder duidelijke reden.

Vaak volgt er schaamte: “Waarom kan ik dit niet gewoon aan?”
Maar dit gaat niet over falen. Het gaat over te lang dragen zonder te delen.

Waarom stoppen zo moeilijk voelt

Loslaten van controle of perfectionisme voelt voor veel mensen onveilig. Niet omdat het slecht is om te stoppen, maar omdat wat daaronder zit vaak spannend is.

Wanneer iemand even niets doet, komen er gevoelens naar boven die lang zijn uitgesteld: verdriet, angst, boosheid, vermoeidheid. Het gedrag hield die gevoelens op afstand.

Daarom voelt doorgaan soms veiliger dan pauzeren. Het bekende patroon geeft houvast, ook al kost het veel energie.

Herstel betekent niet alles loslaten

Herstel van deze stille vorm van verslaving betekent niet dat je plots niets meer mag doen of niemand meer mag helpen. Het betekent dat je opnieuw keuzevrijheid ontwikkelt.

Dat je kunt voelen wanneer iets te veel wordt.
Dat je kunt stoppen zonder schuldgevoel.
Dat rust geen bedreiging meer hoeft te zijn.

In begeleiding gaat het vaak over het leren herkennen van grenzen vóór ze overschreden zijn. Over het durven uitspreken van behoeften. Over leren voelen dat je waarde niet afhangt van wat je doet.

Kleine, haalbare stappen

Herstel begint zelden met grote beslissingen. Het begint klein en concreet.

Bijvoorbeeld door één moment per dag in te bouwen waarop niets moet.
Of door één taak niet automatisch op te nemen, maar eerst even stil te staan bij de vraag: wil ik dit, of doe ik dit omdat het van mij verwacht wordt?
Of door in een gesprek eerlijk te zeggen: “Het lukt mij even niet om dit erbij te nemen.”

Deze stappen lijken klein, maar ze doorbreken oude patronen.

Tot slot

Niet alles wat verslavend is, valt op.
Niet alles wat sociaal gewaardeerd wordt, is gezond.
En niet alles wat werkt, is duurzaam.

Als jij jezelf herkent in dit verhaal, dan is dat geen reden tot schaamte. Het betekent dat je lang hebt volgehouden. Misschien te lang.

Herstel begint niet met stoppen.
Het begint met begrijpen waarom je ooit bent beginnen volhouden.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.