Als erbij oren begint met meedrinken

Over alcohol, drugs, groepsdruk en de verantwoordelijkheid van jeugdbewegingen

Een jeugdbeweging kan een fantastische plek zijn.

Het is de plek waar kinderen vrienden maken, waar jongeren leren samenwerken, waar leiding verantwoordelijkheid leert dragen en waar herinneringen ontstaan die soms een leven lang meegaan. Kampvuren, weekends, fuiven, kampen, samen lachen tot diep in de nacht: voor veel jongeren vormt de jeugdbeweging een belangrijk deel van hun ontwikkeling.

Maar juist op plaatsen waar verbondenheid en erbij horen zo belangrijk zijn, moeten we durven kijken naar wat er gebeurt wanneer alcohol of drugs onderdeel worden van die verbondenheid.

Want wanneer wordt “kom, eentje kan toch geen kwaad” eigenlijk groepsdruk?

Wanneer wordt alcohol iets dat bij het ritueel van volwassen worden lijkt te horen?

En wat gebeurt er met de jongere die eigenlijk niet wil drinken, maar vooral niet buiten de groep wil vallen?

“Iedereen doet het toch?”

Dat is misschien een van de belangrijkste misverstanden rond middelengebruik bij jongeren.

Niet iedere jongere drinkt. Niet iedere jongere gebruikt drugs. En niet iedere jongere die experimenteert, ontwikkelt later een verslaving.

Toch speelt de sociale omgeving een belangrijke rol in hoe jongeren alcohol en drugs leren kennen.

Binnen een jeugdbeweging is die invloed bijzonder interessant. Jongere leden kijken op naar oudere leden en leiding. Leidinggevenden zijn vaak geen volwassenen van veertig of vijftig, maar jongeren of jongvolwassenen die zelf nog volop hun identiteit, grenzen en sociale positie ontwikkelen.

Daardoor ontstaat een bijzondere dynamiek: je bent tegelijk vriend, voorbeeldfiguur én verantwoordelijke.

VAD, het Vlaams expertisecentrum voor alcohol en andere drugs, wijst daarom expliciet op het belang van voorbeeldgedrag, groepsdruk, afspraken en regels binnen het jeugdwerk.

Dat betekent niet dat jeugdbewegingen “het probleem” zijn.

Het betekent wél dat ze invloed hebben.

Verslaving begint zelden met de bedoeling verslaafd te worden

Niemand drinkt zijn eerste pint met de gedachte:

“Misschien word ik hier later afhankelijk van.”

Een eerste joint wordt meestal ook niet gerookt met het idee dat cannabis later noodzakelijk kan worden om te ontspannen.

Middelengebruik begint vaak in een heel andere context.

Nieuwsgierigheid.

Plezier.

Erbij willen horen.

Niet willen onderdoen voor vrienden.

Een spannend verhaal willen kunnen vertellen.

Ontspannen.

Durven praten.

Minder onzeker zijn.

Of simpelweg omdat iedereen rondom jou hetzelfde doet.

Dat onderscheid is belangrijk. Een verslaving ontstaat niet door één pint op kamp of één experiment met cannabis. Problematisch middelengebruik is complex en wordt beïnvloed door verschillende biologische, psychologische en sociale factoren.

Maar de manier waarop jongeren middelen leren kennen en de betekenis die eraan gegeven wordt, verdient wel onze aandacht.

Wanneer alcohol systematisch gekoppeld wordt aan gezelligheid, vieren, stoer zijn, erbij horen of volwassen worden, leren jongeren méér dan alleen de smaak van alcohol kennen.

Ze leren een associatie:

gezelligheid = alcohol.

feest = drinken.

ontspannen = drinken.

erbij horen = meedoen.

En net daar moeten we als volwassenen, hulpverleners én jeugdorganisaties alert voor zijn.

Het jonge brein en grenzen aftasten

Jongeren zijn geen kleine volwassenen.

Hun vermogen om gevolgen op lange termijn in te schatten, impulsen af te remmen en weerstand te bieden aan sociale druk is nog volop in ontwikkeling. Tegelijk is de adolescentie juist een levensfase waarin sociale aanvaarding bijzonder belangrijk wordt.

Dat is geen tekortkoming. Het hoort bij opgroeien.

Maar combineer die ontwikkelingsfase met een groep vrienden, een kamp zonder ouders, weinig slaap, een feestelijke sfeer en alcohol of drugs, en grenzen kunnen snel verschuiven.

Wat iemand individueel nooit zou doen, kan in groep plots normaal lijken.

Daarom benadrukt VAD dat jongeren specifieke kwetsbaarheden hebben voor alcohol- en druggebruik en dat niet-gebruik aanmoedigen, de beginleeftijd uitstellen en vroeg reageren op beginnend risicogedrag belangrijke preventieve doelstellingen zijn.

Groepsdruk klinkt niet altijd als druk

Bij groepsdruk denken we vaak aan iemand die letterlijk zegt:

“Drink op, anders ben je een loser.”

Maar meestal is groepsdruk veel subtieler.

“Doe niet zo saai.”

“Eentje maar.”

“Wij drinken allemaal.”

“Op kamp hoort dat erbij.”

“De leiding doet het toch ook?”

“Je gaat toch niet als enige water drinken?”

Of zelfs helemaal niets zeggen en gewoon verbaasd kijken wanneer iemand weigert.

Voor een jongere die heel graag deel wil uitmaken van een groep, kan dat voldoende zijn.

En er bestaat nog een subtielere vorm: de cultuur van een groep.

Wanneer verhalen over extreme dronkenschap telkens hilarische legendes worden, wanneer alcohol de beloning na iedere activiteit wordt of wanneer nieuwe leiding het gevoel krijgt dat stevig kunnen drinken bij de functie hoort, ontstaat een norm zonder dat iemand die ooit officieel heeft afgesproken.

Dan wordt de vraag niet meer:

“Wil ik drinken?”

maar:

“Hoe leg ik uit dat ik niet drink?”

Dat is een wezenlijk verschil.

En wat met drugs?

Ook daar moeten we genuanceerd blijven.

Cannabis of andere illegale drugs zijn niet automatisch aanwezig in iedere jeugdbeweging. Het zou fout en stigmatiserend zijn om dat beeld te creëren.

Maar jeugdwerk staat niet los van de samenleving.

Jongeren komen met middelen in aanraking op school, tijdens het uitgaan, op festivals, bij vrienden, in studentenverenigingen en dus mogelijk ook binnen of rond jeugdbewegingsactiviteiten.

Daarom heeft doen alsof drugs “bij ons toch niet voorkomen” weinig preventieve waarde.

Een organisatie die vooraf heeft nagedacht over wat ze doet wanneer iemand cannabis meebrengt, wanneer leiding onder invloed verschijnt of wanneer een jongere duidelijk problematisch begint te gebruiken, staat sterker dan een organisatie die pas regels probeert te bedenken wanneer er iets gebeurt.

De leiding heeft meer invloed dan ze soms beseft

Een leider van twintig hoeft geen therapeut te worden.

Een leidster van achttien hoeft geen verslavingsdeskundige te zijn.

Maar onderschat hun invloed niet.

Voor een veertienjarige kan die leider van twintig iemand zijn naar wie enorm wordt opgekeken.

Als die persoon grenzen respecteert, wordt dát zichtbaar.

Als die persoon zonder probleem frisdrank bestelt, wordt dát zichtbaar.

Als die persoon iemand uitlacht die niet drinkt, wordt ook dát zichtbaar.

En wanneer leiding drugsgebruik verheerlijkt of sterke verhalen over dronkenschap als statussymbool gebruikt, geeft ook dat een boodschap.

Voorbeeldgedrag betekent niet dat leiding heilig moet zijn.

Het betekent beseffen dat gedrag mee bepaalt wat jongere leden als normaal gaan ervaren.

“Maar wij dronken vroeger toch ook?”

Dat klopt voor veel volwassenen.

En de meeste mensen die in hun jeugd dronken, ontwikkelden geen alcoholprobleem.

Maar dat is geen reden om preventie overbodig te vinden.

We dragen vandaag ook een fietshelm waar dat vroeger uitzonderlijk was. We gebruiken veiligheidsgordels. We praten anders over roken. We nemen mentale gezondheid ernstiger.

Meer kennis hoeft herinneringen aan een mooie jeugd niet ongeldig te maken.

We kunnen tegelijk zeggen:

“Ik heb fantastische herinneringen aan mijn jeugdbeweging.”

én:

“Misschien kunnen we vandaag bewuster omgaan met alcohol en drugs.”

Die twee gedachten hoeven elkaar niet tegen te spreken.

Een jeugdbeweging kan juist een beschermende omgeving zijn

En hier ligt misschien de belangrijkste boodschap.

We moeten jeugdbewegingen niet alleen bekijken als een mogelijke plaats waar jongeren met middelen in contact komen.

Ze kunnen juist een bijzonder krachtige plek voor preventie zijn.

Want waar vind je nog een omgeving waarin jongeren elkaar wekelijks ontmoeten, vertrouwen opbouwen, verantwoordelijkheid leren dragen en oudere jongeren een voorbeeldfunctie krijgen?

Een jeugdbeweging kan jongeren leren:

dat je nee mag zeggen zonder uitleg;

dat iemand die niet drinkt evenveel bij de groep hoort;

dat plezier niet afhankelijk hoeft te zijn van alcohol;

dat je voor elkaar zorgt wanneer iemand over zijn grens gaat;

dat stoer zijn soms betekent dat je durft stoppen;

en dat hulp vragen geen teken van zwakte is.

Preventie hoeft dus geen saaie voordracht te zijn waarin iemand een uur vertelt wat allemaal verboden is.

Preventie zit ook in cultuur.

In taal.

In voorbeeldgedrag.

In afspraken.

En vooral in hoe een groep reageert wanneer iemand een andere keuze maakt.

Niet verbieden om het verbieden

Een goed alcohol- en drugbeleid is meer dan een lijst verboden.

VAD adviseert jeugdorganisaties om na te denken over hun voorbeeldfunctie, groepsdruk, afspraken, regelgeving en kennis over alcohol en drugs. Er bestaan daarvoor zelfs specifieke instrumenten voor jeugdverenigingen.

Maar beleid werkt pas wanneer mensen begrijpen waarom afspraken bestaan.

Praat daarom met leiding.

Wat vinden wij normaal?

Wanneer vinden wij dat alcohol te veel plaats inneemt?

Hoe reageren we wanneer iemand niet wil drinken?

Wat doen we als iemand dronken is?

Wat als een leider onder invloed verantwoordelijkheid draagt over minderjarigen?

Wat doen we wanneer drugs aanwezig zijn?

Wie spreekt iemand aan?

Wanneer betrekken we ouders?

Wanneer zoeken we professionele hulp?

En misschien de moeilijkste vraag:

welk voorbeeld geven we zelf?

Kijk verder dan het middel

Bij RE-KLIK kijken we bij problematisch middelengebruik niet alleen naar de vraag:

“Hoe krijgen we iemand zover dat hij stopt?”

We willen ook begrijpen:

“Wat doet het middel voor jou?”

Geeft alcohol zelfvertrouwen?

Helpt cannabis om gedachten stil te krijgen?

Is drinken de enige manier waarop iemand zich verbonden voelt met vrienden?

Wordt alcohol gebruikt om verdriet, onzekerheid of spanning niet te voelen?

Is iemand bang vrienden kwijt te raken wanneer hij stopt?

Daar ligt vaak een belangrijk deel van het verhaal.

Een middel heeft voor iemand die problematisch gebruikt vaak een functie gekregen. Alleen het middel wegnemen zonder naar die functie te kijken, laat soms een groot gat achter.

Daarom moeten we ook bij preventie verder kijken dan: drugs zijn slecht of drink met mate.

We moeten jongeren helpen ontdekken dat ze erbij mogen horen zonder zichzelf te moeten verdoven, bewijzen of overschrijden.

De vraag die iedere jeugdbeweging zich mag stellen

Misschien hoeven we uiteindelijk maar met één eenvoudige vraag te beginnen:

Kan een jongere bij ons volledig deel uitmaken van de groep zonder alcohol te drinken of drugs te gebruiken?

Niet theoretisch.

Maar écht.

Kan hij weigeren zonder commentaar?

Kan zij op een fuif drie cola's drinken zonder dat iemand vraagt waarom?

Kan een leider zeggen dat hij vanavond niet drinkt zonder uitgelachen te worden?

Kan iemand vertellen dat alcohol een probleem begint te worden zonder onmiddellijk veroordeeld te worden?

Als het antwoord daarop volmondig ja is, bouw je aan een sterke cultuur.

Als het antwoord “meestal wel, maar…” is, dan zit precies achter dat maar een gesprek dat de moeite waard is.

Verbondenheid mag nooit afhankelijk worden van een middel

Jeugdbewegingen geven jongeren iets wat ontzettend waardevol is: een groep.

Een plaats waar ze mogen experimenteren met wie ze zijn.

Waar ze fouten mogen maken.

Waar ze vrienden vinden.

Waar ze leren vallen en opnieuw opstaan.

Laten we die kracht gebruiken.

Niet door met de vinger te wijzen naar jongeren die drinken of experimenteren.

Niet door iedere pint te problematiseren.

En ook niet door jeugdbewegingen verantwoordelijk te maken voor iedere jongere die later een middelenprobleem ontwikkelt.

Wel door een omgeving te creëren waarin nee zeggen even normaal is als ja zeggen.

Waar grenzen gerespecteerd worden.

Waar leiding beseft dat ze een voorbeeldfunctie heeft.

Waar signalen van problematisch gebruik niet worden weggelachen.

En waar iemand die merkt dat alcohol of drugs steeds meer plaats innemen, niet uit de groep valt maar een eerste hand krijgt aangereikt.

Want preventie begint niet bij angst.

Preventie begint bij verbinding.

En precies daarin kan een jeugdbeweging ongelooflijk sterk zijn.

RE-KLIK – Maak de eerste klik.
Hulp bij vragen rond alcohol, drugs, afhankelijkheid, relaties en jezelf.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.