Eerst sporten, dan pinten

Wanneer is alcohol nog in balans?

Zondagochtend.

De koersfiets wordt van stal gehaald. Honderd kilometer op de teller. Mooie rit, stevig tempo, serieus wat calorieën verbrand.

En daarna?

Terrasje.

“Eentje hebben we wel verdiend.”

Die ene worden er twee. Misschien drie. Er komt nog iemand bij en voor je het weet is de sportieve voormiddag ook een behoorlijk alcoholrijke namiddag geworden.

Of neem de voetbalclub.

Negentig minuten lopen, douchen, kleedkamer en daarna samen de kantine in.

Gewonnen? Daar drinken we op.

Verloren? Dan kunnen we er ook wel eentje gebruiken.

Gelijkspel? Ach, eentje kan toch geen kwaad.

Het is bijna grappig als je het zo bekijkt:

de reden verandert, maar het pintje blijft.

En precies daar ligt een interessante vraag.

Niet: “Mag je nog een pint drinken na het sporten?”

Maar wel:

“Welke plaats heeft alcohol eigenlijk gekregen in onze sportcultuur – en in ons eigen leven?”

Sporten en alcohol: een vreemde maar heel normale relatie

Sport associëren we met gezondheid.

Bewegen is ook aantoonbaar goed voor ons. Regelmatige fysieke activiteit vermindert onder andere het risico op hart- en vaatziekten en diabetes, heeft positieve effecten op onze mentale gezondheid en draagt bij aan ons algemeen welzijn.

Alcohol staat fysiologisch aan de andere kant van dat verhaal.

Alcohol is een psychoactieve en toxische stof. De Wereldgezondheidsorganisatie benadrukt dat er geen alcoholgebruik bestaat dat volledig zonder gezondheidsrisico is. Hoeveel iemand drinkt, hoe vaak en hoeveel op één gelegenheid spelen allemaal een rol in het risico.

Toch zijn sport en alcohol cultureel bijzonder sterk met elkaar verbonden.

De derde helft.

De kantine.

De après-bike.

De pint na de koers.

Champagne op het podium.

De bak bier na een overwinning.

Het tornooi met een stevige afsluiter.

Supporteren met een pint in de hand.

We vinden de combinatie zo normaal dat we ze nauwelijks nog opmerken.

“Maar ik heb toch gesport?”

Dat is een gedachte die veel mensen herkennen.

Ik heb vandaag 80 kilometer gefietst.

Ik heb gevoetbald.

Ik ben gaan lopen.

Ik train drie keer per week.

Ik leef voor de rest gezond.

En daardoor kan onbewust een soort mentale boekhouding ontstaan:

Ik heb iets gezonds gedaan, dus nu mag ik iets ongezonds doen.

Op zich is daar niets vreemd aan.

Een gezond leven hoeft geen leven te zijn waarin alles optimaal moet.

Je hoeft niet iedere dag broccoli te eten, om negen uur in bed te liggen en nooit meer een glas wijn aan te raken om met gezondheid bezig te zijn.

Maar er zit een valkuil in het idee dat sporten alcohol zou compenseren.

Je kunt de gezondheidsvoordelen van bewegen niet eenvoudig wegstrepen tegen de risico's van alcohol.

Je lichaam werkt niet met zo'n puntensysteem.

Die fietstocht blijft goed voor je.

Maar de alcohol die je daarna drinkt, blijft alcohol.

En dan is er nog je sportprestatie zelf

Ook vanuit sportief oogpunt is de combinatie minder logisch dan ze cultureel lijkt.

Alcohol kan onder meer invloed hebben op reactie, coördinatie en sportprestaties. VAD wijst er daarom op dat alcoholgebruik voor, tijdens én na het sporten nadelige gevolgen kan hebben.

Ook herstel verdient aandacht.

Na een zware training wil je lichaam herstellen. Vocht aanvullen. Energievoorraden herstellen. Spieren laten recupereren. Goed slapen.

Alcohol past niet bepaald perfect in dat herstelproces.

En toch zie je soms het tegenovergestelde:

hoe zwaarder de inspanning, hoe groter de “beloning” achteraf.

De vraag wordt dan interessant:

Ben ik mezelf aan het belonen?

Of heb ik geleerd dat sporten en drinken bij elkaar horen?

De derde helft is vaak belangrijker dan we denken

We moeten ook niet doen alsof die pint alleen over alcohol gaat.

Dat zou veel te eenvoudig zijn.

Waarom blijven mensen na het voetbal nog uren in de kantine?

Waarom eindigt een wielertocht op café?

Waarom drinken supporters samen?

Omdat mensen nood hebben aan verbinding.

We willen napraten.

Lachen.

Ontspannen.

De wedstrijd analyseren.

Sterke verhalen vertellen.

Samenhorigheid voelen.

Even geen werk, kinderen, administratie of verplichtingen.

En daar zit iets heel moois in.

Sportclubs en sportgroepen geven mensen een sociaal netwerk. Ze brengen mensen samen die elkaar anders misschien nooit hadden leren kennen.

Het probleem is dus niet de derde helft.

De interessante vraag is waarom alcohol daar zo vaak de toegangsprijs voor lijkt te zijn.

Zou het even gezellig zijn zonder?

Dat is misschien een eenvoudige test.

Stel dat jouw wielergroep morgen afspreekt:

na de rit drinken we allemaal alcoholvrij.

Verandert er dan iets?

Is het nog even gezellig?

Blijft iedereen even lang?

Wordt er evenveel gelachen?

Of voelt het plots alsof er “iets ontbreekt”?

En als dat laatste het geval is, wat ontbreekt er dan precies?

De smaak?

Het effect van alcohol?

Het ritueel?

De ontremming?

Of het gevoel dat jullie samen iets doen wat bij de groep hoort?

Dat zijn geen vragen waarop je een goed of fout antwoord moet geven.

Het zijn vragen die iets kunnen vertellen over jouw relatie met alcohol.

Wanneer is alcohol “in balans”?

Bij RE-KLIK kijken we liever niet alleen naar aantallen.

Want twee mensen kunnen exact evenveel drinken en toch een heel andere relatie met alcohol hebben.

Daarom is “Hoeveel drink je?” belangrijk, maar niet de enige vraag.

Minstens even interessant zijn vragen zoals:

Kan ik gemakkelijk niet drinken?

Kan ik genieten van een sportactiviteit wanneer er achteraf geen alcohol is?

Drink ik omdat ik er echt zin in heb, of omdat de rest drinkt?

Kan ik na één glas stoppen wanneer anderen verder drinken?

Word ik teleurgesteld wanneer er geen alcohol voorzien is?

Heb ik alcohol nodig om echt te ontspannen?

Gebruik ik sporten soms als argument om mijn alcoholgebruik goed te praten?

Is mijn alcoholgebruik de laatste jaren langzaam toegenomen?

Drink ik tijdens de week minder omdat ik sport, maar haal ik dat tijdens het weekend ruimschoots in?

Zou ik zonder veel moeite een maand kunnen stoppen?

En misschien vooral:

Kies ik nog voor alcohol, of is alcohol een automatisme geworden?

Daar begint balans.

De automatische pint

Gewoontes zijn krachtig.

Na het gras afrijden → pintje.

Vrijdagavond → wijn.

Barbecue → aperitief.

Voetbal → pint.

Fietsen → terras.

Vakantie → alcohol.

Slecht nieuws → iets drinken.

Goed nieuws → iets drinken.

Stress → iets drinken.

Eindelijk ontspannen → iets drinken.

Als je die lijst bekijkt, valt iets op.

Alcohol kan aan enorm veel situaties gekoppeld raken.

En na verloop van tijd hoeft je brein nauwelijks nog een bewuste beslissing te nemen.

Je fietstocht eindigt op het terras en bijna automatisch klinkt:

“Voor mij ook een pintje.”

Dat betekent niet dat je verslaafd bent.

Maar het betekent wel dat er een gewoonteverbinding is ontstaan.

En gewoontes mogen we af en toe onderzoeken.

Sport kan zelfs een excuus worden

Dit is een gevoeligere.

Sommige mensen gebruiken hun actieve levensstijl onbewust als bewijs dat hun alcoholgebruik geen probleem kan zijn.

“Ik kan toch geen alcoholprobleem hebben? Ik fiets iedere week 150 kilometer.”

“Ik voetbal nog altijd.”

“Ik sta iedere zondag om acht uur op om te gaan koersen.”

“Iemand met een drankprobleem doet dat toch niet?”

Jawel.

Problematisch alcoholgebruik heeft geen vast uiterlijk.

Je hoeft niet iedere ochtend te drinken.

Je hoeft je werk niet kwijt te zijn.

Je hoeft niet alleen thuis flessen leeg te drinken.

Je kunt werken, een gezin hebben, sporten, vrienden hebben en tegelijkertijd een relatie met alcohol ontwikkelen die steeds minder vrij wordt.

Dat is precies waarom het woord balans interessant is.

Niet alleen:

Functioneer ik nog?

Maar:

Ben ik nog vrij om te kiezen?

Sport als beschermende factor

Gelukkig kunnen we het verhaal ook omdraaien.

Sport kan juist enorm waardevol zijn wanneer iemand zijn alcoholgebruik wil verminderen.

Bewegen kan structuur geven.

Het kan helpen bij stress.

Het brengt mensen samen.

Het geeft doelen.

Je voelt letterlijk wat je lichaam kan.

En wie minder drinkt, kan bovendien gaan merken dat slapen, trainen en herstellen anders aanvoelen.

Daarom hoeft de boodschap helemaal niet te zijn:

“Sporters mogen niet drinken.”

Dat zou weinig realistisch zijn en voor veel mensen onnodig moraliserend voelen.

Een veel interessantere boodschap is:

Laat sport sport zijn en alcohol een bewuste keuze.

Niet iets wat automatisch volgt.

Probeer het eens anders

Ga fietsen.

Rijd die honderd kilometer.

Geniet van je vrienden.

Ga daarna op dat terras zitten.

Maar bestel eens bewust eerst iets alcoholvrij.

Niet omdat alcohol verboden is.

Niet omdat iemand je controleert.

Gewoon om te ervaren wat er gebeurt.

Voelt het anders?

Mis je iets?

Komt er commentaar uit de groep?

Heb je na tien minuten toch zin in die pint?

Kun je twee uur blijven zitten zonder alcohol?

Dat kleine experiment kan soms meer over je relatie met alcohol vertellen dan een vragenlijst.

Want balans betekent niet noodzakelijk dat je nooit drinkt.

Balans betekent ook dat niet drinken geen strijd hoeft te zijn.

Ook sportclubs hebben een verantwoordelijkheid

Dit verhaal gaat niet alleen over individuele sporters.

Sportclubs creëren mee een cultuur.

VAD wijst erop dat alcoholgebruik sterk verweven is met sport en dat teamsport in onderzoek zelfs geassocieerd wordt met een hoger risico op problematisch alcoholgebruik.

Dat maakt sportclubs tegelijkertijd een bijzonder interessante plaats voor preventie.

Niet door de kantine morgen droog te leggen.

Wel door na te denken.

Moet alcohol altijd centraal staan bij een viering?

Zijn aantrekkelijke alcoholvrije alternatieven even zichtbaar?

Wat zien jeugdspelers wanneer ze naar de volwassenen kijken?

Hoe gaan trainers en bestuur om met dronkenschap?

Kan iemand zonder commentaar alcoholvrij bestellen?

En rijden mensen na de “derde helft” nog naar huis?

Een club die daarover nadenkt, is niet tegen gezelligheid.

Integendeel.

Ze beschermt precies datgene waarvoor mensen naar een sportclub komen:

sport, vriendschap en verbinding.

Misschien is balans veel eenvoudiger dan we denken

We zoeken soms ingewikkelde definities voor gezond alcoholgebruik.

Maar je kunt ook bij jezelf beginnen.

Niet met:

“Mag ik dit drinken?”

Maar met:

“Waarom wil ik dit drinken?”

Omdat ik de smaak lekker vind?

Omdat ik iets te vieren heb?

Omdat mijn vrienden drinken?

Omdat het vrijdag is?

Omdat ik stress heb?

Omdat ik vind dat ik het verdiend heb?

Omdat fietsen zonder pint achteraf voor mij bijna niet meer bestaat?

Omdat ik anders moeilijk kan ontspannen?

Geen enkel antwoord maakt je automatisch afhankelijk.

Maar bewust worden van het antwoord geeft je opnieuw iets belangrijks:

keuzevrijheid.

De beste prestatie is misschien niet wat er op Strava staat

Je mag sporten.

Je mag genieten.

Je mag op een terras zitten.

En dit hoeft geen pleidooi te zijn om van iedere wielertoerist een geheelonthouder te maken.

Maar misschien mogen we stoppen met doen alsof alcohol en sport vanzelfsprekend bij elkaar horen.

Die honderd kilometer fietsen was gezond.

Dat blijft zo.

Je hoeft hem alleen niet te “verdienen” met drie pinten.

En je hoeft die drie pinten ook niet goed te praten met honderd kilometer fietsen.

Balans zit niet in het optellen en aftrekken.

Balans zit in bewust kunnen kiezen.

In kunnen genieten mét alcohol, als je daarvoor kiest.

Maar vooral ook:

even goed kunnen genieten zonder.

En als je merkt dat dat laatste steeds moeilijker wordt?

Dan is het misschien tijd om niet alleen naar je sportprestaties te kijken, maar ook eens nieuwsgierig te worden naar je alcoholgebruik.

Zonder oordeel.

Zonder onmiddellijk het woord verslaving op jezelf te plakken.

Gewoon beginnen met één vraag:

Welke plaats heeft alcohol eigenlijk in mijn leven gekregen?

Soms begint verandering niet met stoppen.

Soms begint ze met even stilstaan.

RE-KLIK – Maak de eerste klik.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.