Waarom wint het hoofd niet gewoon van de verslaving?

“Hij weet toch wat hij ons aandoet?”

“Ze heeft beloofd dat dit de laatste keer was.”

“Waarom denkt hij niet aan zijn kinderen?”

“Als haar gezin echt belangrijk was, zou ze toch stoppen?”

“Hebben ze dan geen schaamte?”

Het zijn vragen die ik vaak hoor van partners, ouders, kinderen, vrienden en andere mensen rondom iemand met een verslaving.

En ze zijn begrijpelijk.

Want van buitenaf lijkt het soms onbegrijpelijk.

Iemand ziet zijn relatie onder druk komen te staan. Er zijn ruzies. Beloftes worden gebroken. Vertrouwen verdwijnt. Geld raakt op. Op het werk ontstaan problemen. Kinderen voelen dat er iets aan de hand is. Een partner zegt uiteindelijk: “Als dit nog één keer gebeurt, ben ik weg.”

En toch gebeurt het opnieuw.

Hoe kan dat?

Heeft die persoon dan werkelijk niet door wat hij aanricht?

Is alcohol belangrijker dan zijn kinderen?

Zijn drugs belangrijker dan haar partner?

Kan gokken werkelijk belangrijker zijn dan een gezin?

Het antwoord is veel complexer.

Want bij verslaving is het probleem vaak niet dat iemand de gevolgen niet kent.

Het probleem is dat weten niet altijd voldoende is om gedrag te sturen.

“Maar hij weet het toch?”

Ja.

Heel vaak weet hij het.

Misschien zelfs beter dan je denkt.

Mensen met een verslaving kunnen soms haarfijn vertellen wat er misgaat.

“Ik weet dat mijn partner dit niet meer aankan.”

“Ik weet dat ik mijn kinderen teleurstel.”

“Ik weet dat ik lieg.”

“Ik weet dat ik mijn lichaam kapotmaak.”

“Ik weet dat ik geld uitgeef dat we niet hebben.”

“Ik weet dat ik morgen opnieuw spijt ga hebben.”

En toch gebruiken ze opnieuw.

Dat is een van de moeilijkste aspecten van verslaving om als buitenstaander te begrijpen.

We zijn gewend om gedrag rationeel te bekijken.

Als iets ons veel schade berokkent, stoppen we ermee.

Als iets onze relatie dreigt kapot te maken, veranderen we ons gedrag.

Als onze kinderen verdriet hebben door iets wat wij doen, proberen we dat niet opnieuw te doen.

Maar verslaving verstoort precies de systemen die nodig zijn om die rationele kennis telkens opnieuw om te zetten in gedrag.

Wat gebeurt er in de hersenen?

Verslaving wordt wetenschappelijk niet beschouwd als simpelweg een gebrek aan karakter of wilskracht.

Bij herhaald middelengebruik kunnen veranderingen ontstaan in hersensystemen die betrokken zijn bij beloning, motivatie, stress, gewoontevorming en zelfcontrole.

Ook de prefrontale cortex speelt hierin een belangrijke rol.

Dat is een gebied dat onder andere betrokken is bij plannen, beslissingen nemen, impulsen beheersen, gevolgen afwegen en gedrag bijsturen.

Heel eenvoudig gezegd helpt dat systeem ons om te denken:

“Dit wil ik nu heel graag, maar ik ga het niet doen omdat de gevolgen morgen groter zijn.”

Bij verslaving kan precies die controle onder druk komen te staan.

Tegelijkertijd kunnen systemen die te maken hebben met verlangen, gewoonte, beloning en het vermijden van negatieve gevoelens juist bijzonder krachtig reageren.

Het gevolg is een soort intern gevecht.

Het ene deel zegt:

“Ik mag niet gebruiken.”

Een ander systeem schreeuwt:

“Ik heb dit nu nodig.”

Dat is natuurlijk een vereenvoudigde voorstelling van een bijzonder complex neurologisch proces.

Maar het helpt wel verklaren waarom rationele argumenten soms zo weinig lijken uit te halen.

De persoon kan 's morgens iets anders willen dan 's avonds

Dit zie ik heel vaak terug in gesprekken over verslaving.

's Morgens is er spijt.

“Vandaag drink ik niet.”

“Ik meen het deze keer.”

“Ik ga recht naar huis.”

“Ik ga mijn dealer blokkeren.”

“Ik ga niet gokken.”

“Ik wil dit leven niet meer.”

En dat kan op dat moment volledig oprecht zijn.

Het is dus niet noodzakelijk een leugen.

Maar later komt er stress.

Een ruzie.

Een bepaalde plaats.

Een vriend.

Een gedachte.

Eenzaamheid.

Onrust.

Een café.

Geld op de rekening.

Een herinnering.

Of simpelweg het tijdstip waarop iemand normaal gebruikt.

En plots verandert het interne landschap.

Craving komt op.

Het brein begint argumenten te produceren.

“Eentje kan wel.”

“Vandaag was zo'n slechte dag.”

“Morgen stop ik echt.”

“Niemand hoeft het te weten.”

“Ik heb het verdiend.”

“Ik kan het deze keer onder controle houden.”

“Ik haal gewoon iets en daarna is het gedaan.”

De rationele kennis is niet noodzakelijk verdwenen.

Maar ze krijgt concurrentie.

En bij ernstige afhankelijkheid kan die concurrentie bijzonder sterk worden.

“Maar hebben ze dan geen schaamte?”

Jawel.

Vaak ontzettend veel.

Dat is iets wat het netwerk niet altijd ziet.

Schaamte ziet er namelijk niet altijd uit als iemand die huilend zegt:

“Ik schaam me.”

Schaamte kan eruitzien als liegen.

Verbergen.

Minimaliseren.

Boos worden.

Ontkennen.

Een gesprek vermijden.

De schuld bij iemand anders leggen.

Niet naar huis durven gaan.

Telefoontjes niet beantwoorden.

Zeggen dat iedereen overdrijft.

Of opnieuw gebruiken.

Dat maakt liegen of kwetsend gedrag niet plots oké.

Maar het kan wel helpen om te begrijpen wat eronder zit.

Onder dat gedrag kan iemand zitten die heel goed beseft:

“Ik heb het wéér gedaan.”

En precies die gedachte kan ondraaglijk zijn.

Onderzoek en hulpverleningsinstanties wijzen er bovendien op dat schaamte en stigma juist een barrière kunnen vormen om hulp te zoeken.

Schaamte geneest verslaving dus niet noodzakelijk.

Soms voedt ze de cirkel.

De gevaarlijke cirkel van schaamte

Stel:

Iemand drinkt opnieuw.

De volgende ochtend ziet hij de teleurstelling van zijn partner.

Hij voelt schuld.

Hij voelt schaamte.

Hij denkt:

“Ik ben waardeloos.”

“Waarom kan ik dit niet?”

“Iedereen zou beter af zijn zonder mij.”

“Mijn partner vertrouwt mij niet meer.”

“Ik heb het alweer verpest.”

Dat veroorzaakt spanning, verdriet en stress.

En wat heeft het brein de voorbije jaren geleerd om met spanning, verdriet of stress om te gaan?

Alcohol.

Drugs.

Gokken.

Of ander verslavend gedrag.

Dus wat gebeurt er?

De emotionele gevolgen van het gebruik kunnen opnieuw een trigger worden voor het volgende gebruik.

Gebruik.

Spijt.

Schaamte.

Stress.

Craving.

Opnieuw gebruik.

En zo draait de cirkel verder.

Liefde verliest soms van craving

Dit is waarschijnlijk het pijnlijkste stuk voor het netwerk.

Want een partner denkt:

“Als hij van mij hield, zou hij dit niet doen.”

Een ouder denkt:

“Waarom zijn zijn drugs belangrijker dan wij?”

Een kind denkt:

“Waarom kiest mama altijd voor alcohol en niet voor mij?”

Maar verslaving kun je niet correct begrijpen als een gewone keuze tussen twee dingen:

alcohol of mijn partner.

drugs of mijn kinderen.

gokken of mijn gezin.

Als het zo eenvoudig was, zouden veel mensen onmiddellijk voor hun gezin kiezen.

De realiteit is dat verslaving het vermogen om vrij en consequent te kiezen kan aantasten.

Dat betekent niet dat iemand geen verantwoordelijkheid meer heeft.

Maar het betekent wel dat liefde alleen soms niet voldoende is om een verslavingsproces te stoppen.

Je kunt ontzettend veel van je kinderen houden en toch hervallen.

Je kunt doodsbang zijn om je partner kwijt te raken en toch drinken.

Je kunt jezelf haten omdat je opnieuw gebruikt hebt en enkele dagen later opnieuw gebruiken.

Die tegenstrijdigheid is precies een deel van verslaving.

Begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren

Dit onderscheid vind ik ontzettend belangrijk.

Wanneer ik aan een partner uitleg wat verslaving met gedrag en hersenprocessen kan doen, betekent dat niet:

“Je moet alles maar verdragen.”

Absoluut niet.

Een verslaving kan enorm veel schade veroorzaken aan de mensen rondom iemand.

Partners kunnen uitgeput raken.

Kinderen kunnen gekwetst worden.

Er kunnen leugens ontstaan.

Financiële problemen.

Onveiligheid.

Agressie.

Wantrouwen.

Controle.

Angst.

Het netwerk heeft daarom evenveel recht op grenzen.

Begrijpen waarom iemand bepaald gedrag stelt, betekent niet dat je dat gedrag moet accepteren.

Je kunt tegelijk zeggen:

“Ik begrijp dat stoppen voor jou veel moeilijker is dan gewoon beslissen om niet meer te gebruiken.”

en:

“Ik accepteer niet dat je onder invloed voor de kinderen zorgt.”

Dat kan perfect naast elkaar bestaan.

Wanneer grenzen beginnen te vervagen

Ook bij het netwerk gebeurt er namelijk iets.

In het begin is de grens duidelijk.

“Niet drinken wanneer de kinderen erbij zijn.”

Dan gebeurt het toch.

Er volgt ruzie.

Excuses.

Een belofte.

En uiteindelijk een nieuwe kans.

Een maand later gebeurt het opnieuw.

De grens verschuift.

“Oké, maar drink dan tenminste niet zoveel.”

Later wordt het:

“Als je drinkt, blijf dan thuis.”

Nog later:

“Zorg gewoon dat de kinderen het niet merken.”

Niet omdat de partner die situatie goed vindt.

Maar omdat iedereen zich langzaam begint aan te passen aan de verslaving.

Dat is een belangrijk proces.

Grenzen kunnen vervagen omdat mensen hopen, redden, controleren, vermijden en vooral proberen het gezin draaiende te houden.

En soms merk je pas veel later hoe ver je eigen grens eigenlijk verschoven is.

Liefde mag geen permanente reddingsoperatie worden

Het netwerk probeert vaak ontzettend veel.

Flessen weggooien.

Geld beheren.

Controleren waar iemand is.

Telefoons nakijken.

De dealer proberen te blokkeren.

Ziek melden op het werk.

Schulden betalen.

Excuses verzinnen tegenover familie.

Kinderen beschermen tegen wat er werkelijk gebeurt.

Iemand ophalen wanneer hij dronken is.

Nog één laatste kans geven.

En daarna nog één.

Dat gebeurt meestal vanuit liefde.

Maar er komt een moment waarop de vraag mag worden:

“Ben ik nog aan het helpen, of ben ik ondertussen vooral de gevolgen van de verslaving aan het opvangen?”

Dat is geen eenvoudige grens.

En ze is voor ieder gezin anders.

Grenzen zijn geen straf

Een grens betekent niet:

“Ik hou niet meer van jou.”

Een gezonde grens kan betekenen:

“Ik hou van jou, maar dit kan ik niet langer dragen.”

“Ik wil je helpen hulp te zoeken, maar ik ga niet meer liegen voor jou.”

“Ik wil naast je staan in herstel, maar ik ga je gebruik niet financieren.”

“Ik begrijp dat je een verslaving hebt, maar ik moet ook zorgen voor mezelf en de kinderen.”

Dat is een fundamenteel verschil.

Grenzen hoeven niet bedoeld te zijn om iemand te laten schrikken.

Ze moeten duidelijk maken wat jij zelf wel en niet meer kunt dragen.

Waarom nóg harder confronteren niet altijd helpt

Het netwerk denkt soms:

“Misschien beseft hij de ernst gewoon nog niet.”

Dus wordt het gesprek harder.

“Kijk eens wat je ons aandoet.”

“Je maakt alles kapot.”

“Je kiest altijd voor de drank.”

“Je bent egoïstisch.”

“Je zou je moeten schamen.”

Maar veel mensen met een verslaving weten al dat er schade is.

Nog meer schaamte toevoegen creëert daarom niet automatisch meer controle.

Integendeel.

Als schaamte, stress en negatieve emoties triggers zijn voor gebruik, kan vernedering het probleem zelfs ingewikkelder maken.

Dat betekent opnieuw niet dat we moeten zwijgen over de gevolgen.

Wel dat er een verschil bestaat tussen confronteren met gedrag en iemand als persoon veroordelen.

“Je alcoholgebruik maakt onze thuissituatie onveilig.”

is iets anders dan:

“Jij bent een slechte vader.”

Verantwoordelijkheid blijft bestaan

Ook dit moet gezegd worden.

De neurobiologie van verslaving mag geen excuus worden waarmee alle gedrag wordt weggewuifd.

“Ik heb een verslaving, dus ik kan er niets aan doen” is niet het doel van dit verhaal.

Herstel vraagt juist verantwoordelijkheid.

Hulp zoeken.

Eerlijk leren worden.

Triggers leren herkennen.

Andere manieren ontwikkelen om met emoties om te gaan.

Structuur aanbrengen.

Soms medische ondersteuning.

Soms abstinentie.

Soms afstand nemen van bepaalde mensen of plaatsen.

Relaties herstellen.

En leren verdragen dat vertrouwen niet onmiddellijk terugkomt omdat iemand drie weken gestopt is.

Verslaving helpt verklaren waarom verandering zo moeilijk kan zijn.

Herstel gaat over opnieuw leren verantwoordelijkheid te nemen voor wat je vervolgens doet.

Het hoofd moet opnieuw sterker leren worden

Herstel is daarom veel meer dan simpelweg “niet meer gebruiken”.

Het is ook opnieuw leren pauzeren tussen drang en gedrag.

Een trigger herkennen.

Craving verdragen.

Niet onmiddellijk handelen.

Andere keuzes inoefenen.

Emoties leren reguleren zonder middel.

Nieuwe gewoontes ontwikkelen.

Structuur opbouwen.

En opnieuw leren ervaren dat gewone dingen voldoening kunnen geven.

Dat kost tijd.

De hersenen zijn veranderlijk. Herstel is mogelijk.

Maar een patroon dat jarenlang is opgebouwd, verdwijnt niet altijd omdat iemand op maandagochtend beslist:

“Vanaf nu nooit meer.”

Misschien moeten we een andere vraag stellen

In plaats van:

“Waarom kiest hij niet gewoon voor ons?”

kunnen we vragen:

“Wat maakt dat de verslaving op bepaalde momenten zoveel sterker wordt dan alles wat hij rationeel weet?”

In plaats van:

“Waarom schaamt ze zich niet?”

kunnen we vragen:

“Hoeveel schaamte draagt ze misschien al mee, en helpt die schaamte haar eigenlijk nog vooruit?”

En in plaats van:

“Wat moeten wij nog doen om hem te laten stoppen?”

mag het netwerk soms ook vragen:

“Wat hebben wij nodig om zelf niet mee ten onder te gaan?”

Want verslaving raakt zelden één persoon.

Ze schuift mee aan tafel.

Ze beïnvloedt vertrouwen, intimiteit, financiën, ouderschap, communicatie en veiligheid.

Daarom verdient niet alleen degene die gebruikt ondersteuning.

Ook het netwerk verdient die.

Aan de persoon met een verslaving

Je bent niet vrijgesteld van verantwoordelijkheid.

Maar je bent ook niet simpelweg iemand met te weinig karakter.

Wanneer je telkens opnieuw doet wat je eigenlijk niet meer wilt doen, is het misschien tijd om te stoppen met jezelf alleen maar te beloven dat je “sterker moet zijn”.

Misschien heb je hulp nodig om te begrijpen waarom je brein telkens opnieuw dezelfde route neemt.

Herstel begint niet altijd met sterk zijn.

Soms begint het met erkennen:

“Alleen lukt het mij niet.”

En aan het netwerk

Je hoeft verslaving niet volledig te begrijpen om te mogen zeggen dat iets je pijn doet.

Je mag grenzen stellen.

Je mag boos zijn.

Je mag moe zijn.

Je mag stoppen met redden.

En je mag tegelijkertijd blijven zien dat achter gedrag dat soms egoïstisch, onbegrijpelijk of respectloos lijkt, ook iemand kan zitten die zelf vastzit in een gevecht tussen wat hij rationeel wil en wat zijn verslaving op dat moment van hem vraagt.

Begrip en grenzen zijn geen tegenpolen.

Misschien hebben we bij verslaving juist beide nodig.

Minder schaamte.

Meer verantwoordelijkheid.

Minder oordeel.

Meer duidelijke grenzen.

En vooral: hulp die niet alleen kijkt naar het middel, maar naar de mens én de mensen rondom hem.

RE-KLIK – Maak de eerste klik.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.